Mobiel in de tijd

Het moderne leven lijkt ondenkbaar zonder de auto. Nederlanders worden steeds mobieler. Er rijden inmiddels 6,5 miljoen auto's rond en het worden er steeds meer. Tenzij de overheid eindelijk werk maakt van het alternatief.

Het autogebruik is de afgelopen jaren enorm aan het stijgen, stelt het SCP-rapport 'Mobiel in de tijd'. Sociale en culturele veranderingen spelen een belangrijke rol in die toename. Huishoudens hebben een of twee, soms drie auto's nodig om al hun maatschappelijke activiteiten te kunnen ontplooien. Ons huishouden behoort tot de circa 3 procent van de Nederlandse huishoudens zonder auto - en we zijn er erg gelukkig mee, en maatschappelijk behoorlijk actief. Dat kan dus nog steeds, zonder dat we zielig zijn of ons geïsoleerd voelen.

Ons autoloos bestaan is een vrije keuze. Die keus is niet ingegeven door geldgebrek, hoewel het bezitten en gebruiken van een auto natuurlijk wel veel geld kost. Daar gaat gemiddeld in Nederland zo'n 17 procent van het huishoudinkomen aan op - toch gauw een hele werkdag in een huishouden met anderhalve baan. Dat weegt voor ons doorgaans ruimschoots op tegen een eventueel langere reistijd door fietsen of gebruik van openbaar vervoer.

De werkelijke redenen om af te zien van het autobezit zijn verschillende. De milieueffecten natuurlijk, die bij fietsen verwaarloosbaar zijn en bij gebruik van trein toch een stuk minder dan bij gebruik van een prive-auto. De verkeersveiligheid, zowel van onszelf als die van andere weggebruikers. De gezondheidseffecten van de lichaamsbeweging tijdens het fietsen. En verder een groot gevoel van vrijheid door het niet bezitten van een auto. We hoeven ons geen zorgen te maken over onderhoud, over parkeren in de binnenstad, of over een drankje op een feestje. Als we onderweg zijn in de trein, hoeven we zelf niet op het verkeer te letten, en kunnen we werken of lezen, of bij gezinsuitstapjes alle aandacht geven aan onze kinderen. We weten dat automobilisten vaak de vrijheid van hun vervoermiddel roemen, maar stellen daar graag onze eigen vrijheid tegenover. We leiden een actief maatschappelijk bestaan en voelen ons daarin nauwelijks geremd door het ontbreken van een auto. We wonen in een nieuwe wijk in Deventer, met een winkelcentrum, NS-halte en ijsbaan annex zwembad op fietsafstand. De kinderen gaan naar sport, scouting en muziekles. De scoutinggroep fietst gezamenlijk, onder leiding van drie ouders, vanuit de wijk naar het bos met het scoutinggebouw. We hebben beiden onze werkkring, met regelmatig activiteiten in het land. Familie woont letterlijk van Limburg tot Friesland. De weekendboodschappen gaan uitstekend in de fietskar, en de vakanties van de afgelopen jaren brachten ons per fiets en trein op prachtige plekjes onder meer in Polen, Engeland, Spanje, Frankrijk en Zwitserland.

Overheid, markt en samenleving kunnen veel doen om een plezierig leven zonder auto (of met een auto in plaats van twee) mogelijk te maken en te houden. Ze moeten zich daar ook voor inzetten, omdat iedereen gebaat is bij een land met minder congestie, minder geluidsoverlast, minder ergernis door te weinig parkeerruimte en minder emissies. Op alle schaalniveaus dienen zaken goed geregeld te worden, waar ons huishouden het in onze omgeving redelijk goed mee getroffen heeft (en waar we in feite die omgeving ook deels op hebben uitgezocht, hoewel we nog diverse mogelijkheden voor verbetering zien). Op lokaal niveau betekent dat bijvoorbeeld: een snel en veilig fietspaden-netwerk, met veilige stallingsmogelijkheden op stations, bij stadscentra enzovoort. Voorzieningen en activiteiten spreiden over de stad, en gebouwen nuttig multifunctioneel gebruiken (muziekles in scholen in de wijken). Bezorgservice van detailhandel, en faciliteiten voor deelauto's en leenauto's in de wijken. Flexibele mogelijkheden voor kinderopvang. Op regionaal niveau betekent dat bijvoorbeeld: investeren in vraagafhankelijk openbaar en collectief vervoer. -Geen lege 56-persoonsbussen op plattelandswegen, wel een slim en goed toegankelijk systeem van belbussen en regiotaxi's, met goede communicatie en instructie voor potentiele gebruikers, en goede aansluiting op treinen en 'gewone' bussen. En op landelijk niveau betekent dat vooral een goed functionerend spoorwegbedrijf met een betrouwbare dienstregeling en een klantgerichte instelling. Dus ook voldoende ruimte voor bagage, fietsen, kinderwagens of rolstoelen.

Kortom: lekker leven zonder auto kan onder sommige omstandigheden prima, maar het kan nog veel beter als overheid, markt en samenleving zich daarvoor inspannen. En daar wordt iedereen gelukkiger van.

Bauke de Vries

Bauke de Vries is docent/onderzoeker duurzaamheidsvraagstukken aan de Saxion Hogeschool IJsseland in Deventer.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in dagblad Trouw en met toestemming van de auteur overgenomen.